Dwight liet ons enorm goed voetballen. Hij hamerde er ook op dat we van achteruit zouden voetballen en daar het verschil in moesten maken. Hij maakte ons sterker en zorgde voor een atletische aanpak om ons klaar te stomen voor de competitie. Toen de competitie begon zag je dat zijn aanpak meteen loonde: wij zetten met deze groep zeer goede resultaten neer en er was iets moois haalbaar. Dat geloof leefde ook vanuit de groep en daar gingen we ook vol voor. Net voor de winterstop wonnen we op het veld van KRC Genk met 1-3, wat ons tot herfstkampioen kroonde. Een geweldig gevoel, en dat gaf Dwight en de groep alleen maar zin in meer. We hebben lang geknokt met RSC Anderlecht voor die eerste plaats en het kampioenschap. Haasje-over was hierin regelmatig het geval, maar uiteindelijk waren de eindsprint van Anderlecht en een mindere periode van onze ploeg de reden dat we het net niet gehaald hebben. Door die slechte periode en een verlies tegen Genk op de laatste speeldag werden we zelfs nog derde en moesten we de derde plaats aan Standard de Liège geven. Ik kan ook wel zeggen dat dit het beste seizoen is geweest dat ik in de jeugd heb gedraaid op vlak van prestaties met het team en het seizoen waarin we het dichtst bij de absolute top van het klassement hebben aangeleund.
Maar een overstap naar het grote Gent betekende ook het vertrouwde nest verlaten. De verplaatsing Kampenhout-Gent was onhaalbaar om nog na school te doen als ik in Sint-Angela was blijven studeren. We kozen er dus voor om op internaat te gaan. Elke zondagavond vertrok ik samen met mijn ouders richting Gent, naar internaat Questopia. Een warm internaat waar ik direct in terecht kwam. Het was natuurlijk even aanpassen en niet zoals thuis: regels waar je je aan moet houden, eten dat je niet altijd lekker vindt en samenleven met verschillende mensen op één kamer. Het is helemaal anders, maar ik heb genoten van de tijd die ik daar gehad heb. Opgevangen door zeer leuke opvoeders die mij mee hebben gevormd tot wie ik vandaag op en naast het veld ben.

In mijn eerste jaar deelde ik de kamer met nog drie ploeggenoten: Kaan Demet, Sekou Diawara en Matteo Badolato. Dit was voor mij heel nieuw, want van privacy was er geen sprake meer. Eerlijk gezegd heb ik me daar nooit aan geërgerd. Ik heb heel graag met die jongens samengeleefd en heb ook heel veel leuke dagen en nachten beleefd op die kamer met vier. Het was echter maar van korte duur, datzelfde jaar moesten we nog splitsen in twee kamers van twee omdat er wat veranderingen gebeurden op het internaat zelf. Ik ben toen terechtgekomen op een kamer die ik deelde met Kaan. Ik heb nog 2,5 jaar samen met Kaan op de kamer gelegen tijdens mijn periode bij Gent, wat er uiteraard voor heeft gezorgd dat Kaan mijn beste maatje was gedurende die periode. We hebben nooit problemen gekend, elkaar altijd gerespecteerd en een goed ritme gevonden om het samen zo makkelijk en leuk mogelijk te maken. Dit was eigenlijk helemaal niet moeilijk met Kaan en ik heb echt een leuke tijd met hem op de kamer beleefd. Halverwege het jaar werd er een nieuwe vleugel aan het internaat gezet, wat tot een grote verhuis van alle internen heeft geleid. We kregen toen kamers apart zodat je je eigen plekje had, maar in een sas waar je de douche en het toilet nog moest delen met één of twee andere internaatgenoten. Dat sas deelde ik voor de overige maanden van dat jaar met Kaan en Jesse Littel, die toen pas voor het tweede seizoen bij ons in Gent was komen spelen. Het jaar nadien besloten Kaan en Jesse om niet meer op internaat te gaan en kreeg ik een nieuwe kamergenoot: Rune Van Den Bergh. Rune en ik werden teruggeplaatst in het oude gedeelte, omdat ze daar nog een klein deel ter beschikking hadden. Dat was voor ons zeker geen probleem, aangezien het er heel rustig was en we er minder controle kregen van de opvoeders. Dat jaar zijn Rune en ik dan ook heel sterk naar elkaar toe gegroeid en hebben we samen zowel op als naast het veld een heel goed jaar beleefd. In mijn laatste jaar werden we teruggebracht naar de sassen. Rune en ik kregen toen een sas samen met Bram Lagae. Het laatste jaar was eigenlijk een van de betere jaren op het internaat. Je krijgt in het laatste jaar heel veel meer vrijheid, en er was ook heel veel te doen, een pooltafel, virtueel dartsbord, ping-pongtafel, enzovoort, dat voordien wat in de vergeethoek was gezet. Het deed mij ook veel verdriet dat ik daar moest vertrekken toen ik mijn zesde middelbaar had afgewerkt. Ik was daar altijd supergoed gezind en reed elke zondag met veel plezier de Brusselse ring af richting het internaat.
Business
Door het goede jaar bij de U14 mocht ik het jaar nadien blijven bij KAA Gent en aansluiten bij de U15. Deze U15-ploeg werd gecoacht door de heren Kevin Truyts en Diego Brunello. Het was echter een minder goed jaar voor de ploeg, als ik hierop terugkijk, dan kan ik het misschien wel het slechtste noemen op vlak van prestaties. Dat werd ook heel duidelijk toen we in februari te horen kregen dat onze trainer in een U15-omgeving zijn ontslag kreeg. Voor de hele groep een shock. Dit was voor mij persoonlijk ook het eerste trainersontslag dat ik meemaakte, en dat was wel even schrikken. Op dat moment besef je dat voetbal echt een keihard businessgebeuren is waar de koppen heel snel rollen.
Ondanks het slechte jaar heb ik persoonlijk wel een van mijn mooiste ervaringen meegemaakt bij de U15. We mochten meedoen aan de mooie KDB Cup, een toernooi dat plaatsvond in Drongen. Daar kwamen we ploegen tegen als Borussia Dortmund, Odense Boldklub en PSG. Een prachtig toernooi waar elk jaar geweldige ploegen en spelers aan deelnemen. De ontmoeting met Kevin De Bruyne zelf was op dat moment dan ook een geweldige beleving. Als afsluiting van ons slechte seizoen konden we er jammer genoeg niet verder geraken dan de laatste plaats. Leuk was dat natuurlijk niet, maar los daarvan kon ik toch terugkijken op een effectief zeer leuke en leerrijke ervaring op zo’n prachtig toernooi.


Op naar de U16 dan maar. Daar liet ik mij een jaar begeleiden onder Frederik De Schrijver. Dit was opnieuw een jaar waar we het als ploeg niet heel makkelijk in hadden. We konden onze stempel maar niet drukken tegen de grotere ploegen in de competitie en lieten ook regelmatig punten liggen tegen ploegen die lager stonden in het klassement.
Voor mij persoonlijk was het echter wel een goed jaar. Ondanks de mindere ploegprestaties kon ik mij hier wel profileren. Spelen in een ploeg die veel doelkansen tegen krijgt kan voor een doelman ook een positief gegeven zijn. Frederik koos ervoor om mij dat jaar zijn eerste doelman te maken, het eerste jaar waarin er geen beurtrol met mijn collega Tibo Franckaert meer aan te pas kwam. Zo moest ik elke week aan de bak om mijn ploeg de overwinning te gunnen, een nieuw gegeven dat mij enorm heeft doen groeien in mijn prestaties en mijn kunnen.
Ook dat jaar nog werd ik bij de talentengroep Blue-White Talents gezet, die de talenten van elke leeftijdsgroep extra mogelijkheden bieden om zich verder te verbeteren. Er werden sessies met psychologen gepland, extra traptrainingen, trainingen met de trainersstaf van het eerste elftal, extra fysieke begeleiding, enzovoort. Het was opnieuw een hele eer om deel te kunnen uitmaken van zo’n getalenteerde groep jongens die deze begeleiding ter beschikking kregen.


Dit was iets dat opnieuw niet onopgemerkt bleef. Benny Vanhaeren was zeer gecharmeerd door wat ik week in, week uit liet zien op dit niveau en bood mij een eerste contract aan bij het keeperhandschoenmerk REAL. Het was voor mij een grote eer om gesponsord te worden door een merk waarmee onder meer Thibault Courtois, Simon Mignolet, Koen Kasteels en nog zoveel andere goede Belgische doelmannen hebben gespeeld. Na een korte testperiode met enkele REAL-handschoenen zijn we samen met Benny en REAL in zee gegaan. Een keuze waar ik tot op de dag van vandaag van geniet, aangezien ik nog altijd onder contract lig bij Benny en REAL en nog steeds heel tevreden ben van het merk zelf en de service die Benny aanbiedt aan al zijn doelmannen.

Het wordt serieuzer…
Van de U16 maak je meteen de sprong naar de U18. Hier kom je terecht in een ploeg gemengd met jongens van twee leeftijden. In het eerste jaar zit je natuurlijk bij de jongsten van de ploeg, het jaar nadien bij de oudsten. In mijn eerste jaar U18 zat ik dus met jongens van de 2002-lichting die nog niet doorgeschoven waren naar de U21. Dit jaar kregen we twee coaches die deze jonge groep talentvolle voetballers beter moesten maken: Jarich Van Doorsselaere en Kevin Butsraen.
We begonnen dit jaar met een leuke test om te zien of het een goede groep was waarin we terechtgekomen waren. We waren uitgenodigd om in de voorbereiding een toernooi te spelen in Roermond. Daar was het direct duidelijk dat er iets in deze groep zat. Met een hobbelig parcours in de groepsfase baanden we ons toch een weg naar de kwartfinales van het toernooi de dag nadien. Zonder al te grote verwachtingen vatten we de kwartfinale aan met veel vertrouwen en geloof. Dit loonde meteen en we konden een mooie overwinning neerzetten om richting de halve finale te gaan. Daar waren we een maatje te sterk voor de tegenstander, die we met 4-0 het toernooi uitstuurden, om zo in de finale met een 2-1 overwinning de toernooiwinst in ontvangst te nemen. Dit was voor deze groep een geweldige start van het seizoen en gaf ons veel vertrouwen om de competitie aan te vatten.
Die lijn trokken we ook zorgvuldig door, wat ons na de eerste zes matchen van het seizoen aan de leiding van het klassement bracht. Na een iets mindere periode waarin we veel punten verspeelden aan lager geklasseerde ploegen, zakten we een beetje weg en was het moeilijk om nog omhoog te kijken. Met heel wat jongens die afzakten van de U21 om speelminuten te maken was het moeilijk om automatismen te creëren, wat ons in heel wat wedstrijden de das om heeft gedaan. Het seizoen werd jammer genoeg overschaduwd door het coronavirus, waardoor we ons seizoen nooit hebben kunnen afwerken.
Persoonlijk was dit voor mij een geweldig jaar. Door de vele speelminuten kon ik mij tonen aan de mensen binnen de club én aan mensen buiten de club. Zo mocht ik op 16-jarige leeftijd voor de eerste keer meetrainen met de eerste ploeg, een geweldige ervaring met heel veel stress. Ik heb toen wel een goede training kunnen afwerken en kwam ook terecht in een leuke groep doelmannen met Thomas Kaminski, Colin Coosemans en Jari De Busser, die mij geruststelden en direct hielpen om een goede training af te leggen.

In dit jaar lag ook mijn eerste semi-profcontract voor mij klaar. Peter Verbeke was toen zeer lovend over mij als doelman en wou mij voor twee jaar vastleggen. Dat was voor mij een van de mooiste momenten die ik tot dan toe had mogen meemaken, en waar ik enorm fier op was. Ik was ook heel graag in Gent en er stond geen twijfel over mogelijk: ik ging daar op in. Ik heb toen voor twee jaar getekend bij Gent.
Verder heb ik dat jaar op sportief vlak ook een hoogtepunt in mijn nog prille carrière meegemaakt: mijn eerste officiële selectie voor de nationale ploeg U17. Met coach Thierry Siquet werd ik voor de eerste keer opgeroepen voor een oefentoernooi in Duitsland tegen Duitsland, Italië en Israël. Na er al een paar keer dicht bij te hebben gezeten was het eindelijk zo ver en mocht ik eindelijk de kleuren van mijn land verdedigen bij de U17.

Proeven van het echte werk
Na mijn eerste jaar bij de U18 kreeg ik de kans om mij het jaar nadien meteen bij de U21 te tonen. Ik mocht het tweede jaar U18 overslaan om mij te gaan bewijzen bij de beloften. Manu Ferrera, een redelijk gekende naam binnen het Belgische voetbal, werd toen mijn coach. Het was voor mij even aanpassen om in zo’n omgeving terecht te komen. Ik was de jongste van de hoop, met allemaal jongens die toch al wat bewezen hadden op U21-niveau en aanleunden bij de eerste ploeg. Een ideaal platform om mij te bewijzen, maar wel eentje waar ik ook mijn neus aan gestoten heb. Jammer genoeg was dit een zeer uniek jaar door het coronavirus dat de hele wereld had overgenomen. Er werd getraind in kleine groepjes en de competitie werd na zeven speeldagen stilgelegd. Een zeer vreemd jaar dat voor iedereen als een speciaal gegeven kwam. Er werden hier en daar wel oefenwedstrijden gespeeld die onder de geldende gezondheidsmaatregelen konden worden afgewerkt, maar het competitiegegeven was er volledig af, wat het jammer maakte. Zo werd het moeilijk om mij te profileren in mijn eerste jaar bij de beloften.
Ondanks het moeilijke jaar dat corona ons voorgeschoteld heeft, kan ik terugblikken op een sportief geweldig jaar op persoonlijk vlak. Ik werd dat jaar niet alleen gezien als de eerste keeper bij de beloften, maar ook als vierde keeper bij de eerste ploeg van het grote KAA Gent. Dit was het eerste jaar dat ik zo dicht bij een eerste ploeg stond. Door de Europese campagnes van Gent en de verschillende lijsten waar rekening mee moest worden gehouden, werd ik in de voorronde van de Champions League en de Europa League-campagne van Gent in het seizoen 2020-2021 meegenomen als derde keeper voor alle thuis- en uitwedstrijden van deze Europese campagnes. Mijn eerste grote verplaatsing was naar het grote Dynamo Kiev voor de terugwedstrijd in de Champions League-voorronde, die we jammer genoeg niet haalden. Dat bracht ons in de groepsfase van de Europa League, waarin we het moesten opnemen tegen Slovan Liberec, TSG Hoffenheim en Rode Ster Belgrado. Een droom die uitkwam voor een jonge knaap van 18. Jammer genoeg was het sportief een heel moeilijk jaar voor KAA Gent, wat ook leidde tot een 0/18 in die Europese campagne. Maar dat belette mij niet om ten volle te genieten van deze mooie ervaring. Het was ook in dit jaar dat ik mijn eerste wedstrijden in de Jupiler Pro League en de Croky Cup heb kunnen bijwonen als derde keeper, door blessures, transfers en natuurlijk corona. Met de verplaatsing naar R. Antwerp FC als mooie eerste ervaring in de hoogste klasse van het Belgische voetbal, al verloren we daar jammer genoeg ook met 1-0.
Rollercoaster
Ondertussen zat ik in mijn tweede contractjaar bij KAA Gent. Met de ervaringen die ik het jaar voordien had opgedaan had ik heel veel zin om aan dit jaar te beginnen. Opnieuw kregen we een nieuwe coach voorgeschoteld: Emilio Ferrera mocht ons dit jaar onder zijn vleugels nemen. Een jaar waarin er heel wat afhing van de eindstand in het U21-klassement. Het jaar nadien werden de belofteploegen opgedeeld in de seniorcompetities. De top 4 kwam terecht in 1B, van plaats 5 tot 8 werden de ploegen in de Eerste Amateurafdeling geplaatst en van plaats 9 tot 12 in de Tweede Amateurafdeling. Voor KAA Gent was het dus een doel om die top 4 te behalen en het jaar nadien in 1B aan te vatten. Met een goede kern en een gekende coach kon dat dus niet mislopen.
Tijdens de voorbereiding van dit belangrijke jaar moesten er ook voorrondes van de nieuwe competitie, namelijk de Conference League, worden afgewerkt. We waren er met KAA Gent in geslaagd om na een moeilijk seizoen ons via Play-off 2 te plaatsen voor de tweede voorronde van de Conference League, waar we het in een dubbele confrontatie opnamen tegen het Noorse Vålerenga IF. Die dubbele confrontatie werd gewonnen met 4-2 (agg.). Dat bracht ons in de derde voorronde, waar het Letse FK RFS ons stond te wachten. Ook deze dubbele confrontatie werd gewonnen, met 2-3 (agg.). Dit bracht ons in de play-offronde, die ons een ticket voor de Conference League zou opleveren. Daar stond het Poolse Raków Częstochowa voor ons klaar. Na een verlies buitenshuis in de eerste confrontatie met 1-0 zag het er niet goed uit, maar na een geweldige partij thuis in de toen nog Ghelamco Arena werd er met 3-0 gewonnen, wat ons in de groepsfase van de Conference League bracht. Daarin mochten we het opnemen tegen Flora Tallinn, Anorthosis Famagusta en FK Partizan. We werden mooi eerste in de groep met 13/18 en waren geplaatst voor de achtste finale van de Conference League tegen PAOK Saloniki, die jammer genoeg te sterk waren voor ons en ons uitschakelden met 1-3 (agg.).


Terug naar het U21-voetbal. Na de voorbereiding zag het er persoonlijk niet heel goed uit. Behalve twee keer 45 minuten in oefenwedstrijden kreeg ik geen speelminuten meer. Mijn verwachtingen waren dus niet dat ik aan de aftrap ging staan in de eerste wedstrijd van het seizoen, op en tegen OHL. Mijn verwachtingen klopten dan ook: de zondag voor de wedstrijd stond daar ineens de toenmalige derde keeper Louis Fortin, die naar ons verwezen werd om speelminuten te verkrijgen. Célestin De Schrevel en ik, die samen het doelmannenduo vormden bij de U21, werden daardoor simpelweg gepasseerd. Mijn hoop op een goed jaar viel toen helemaal weg, aangezien ik in de voorbereiding bijna alle minuten aan Célestin had moeten laten. Ik zag zelfs een plaats op de bank niet meer voor mij weggelegd. Toch werd ik geselecteerd om mee te reizen naar Leuven om daar op de bank te zitten voor de eerste competitiewedstrijd, die ook gewonnen werd met 1-3, een mooie start voor dit nieuwe seizoen.
Na enkele weken met veel hoogtes en laagtes werd Louis uiteindelijk aan de kant geschoven en greep Emilio naar mij. Ik mocht voor de eerste keer dat seizoen aantreden in een superbelangrijke wedstrijd thuis tegen Club Brugge. Met heel veel zin en stress stond ik klaar om deze wedstrijd aan te vatten. Ik speelde een heel goede en volwassen wedstrijd en kon samen met het team een 2-1 overwinning over de streep trekken. De coach was heel tevreden over mijn prestatie en ik zat vol vertrouwen, ik was vertrokken! Jammer genoeg staan er altijd bepaalde dingen boven het voetbal. Tijdens een tactische oefenvorm op de vrijdagtraining voelde en hoorde ik plots een ‘krak’ in mijn voet. Het kon niet slechter voorvallen: mijn vijfde middenvoetsbeentje gebroken. Mijn persoonlijke competitiestart dus helemaal uitgesteld. Ik besloot toen om mijn voet zonder operatie te laten genezen en na 2,5 maanden was ik terug selecteerbaar. Mijn concurrent had intussen kunnen laten zien dat ze op hem konden rekenen en ik raakte niet meer terug in de ploeg. Ik heb toen enkele wedstrijden met de U18 kunnen meespelen om mij terug te tonen en mijn ritme aan te houden, maar dat leidde jammer genoeg niet tot een nieuwe basisplaats. Ondertussen was ik volledig terug fit en in vorm aan het geraken, tot ik op training begin april plots weer te maken kreeg met diezelfde ‘krak’. Opnieuw hetzelfde middenvoetsbeentje gebroken. Mijn seizoen was over. Deze keer kozen we ervoor om mijn voet via een operatie te laten genezen en werd er een pin in mijn bot aangebracht om het te versterken. Het enige dat mij toen nog restte was mijn ploeg aanmoedigen om die vierde plaats binnen te halen. We stonden er niet super voor enkele wedstrijden voor het einde. Ondanks een goede eindsprint met 12/15 in de laatste vijf wedstrijden van het seizoen kwamen we één punt tekort om die vierde plaats te pakken. We moesten ons gewonnen geven aan KRC Genk, RSC Anderlecht, Club Brugge en Standard de Liège, dat op de laatste speeldag met 1-0 bij ons kwam verliezen maar toch die vierde plaats had veiliggesteld.



Ondertussen zat ik dus ook in mijn laatste contractjaar. Wat nu? Doorheen het jaar werd mij verteld dat mijn contract verlengd zou worden ondanks mijn blessures, wat een hele geruststelling was: ik kon op mijn gemak revalideren zonder op zoek te moeten gaan naar een nieuwe club, in een vertrouwde omgeving werken aan nieuw succes. Tot de dag dat ik van mijn operatie thuiskwam en een telefoontje kreeg van mijn makelaar. Die wist mij te vertellen dat de club mijn contract toch niet ging verlengen. Ze moesten om budgettaire redenen een keuze maken tussen mij en Célestin en kozen voor Célestin, omdat ze door mijn blessures niet op mij hadden kunnen rekenen. Ik mocht wel aan boord blijven bij de club, maar dan zonder contract. Voor mij was het heel simpel: we gaan op zoek naar een nieuwe club.
KAA Gent-Keepers
Om dit hoofdstuk KAA Gent af te sluiten wil ik even terugkeren naar alle doelmannen en keepertrainers waarmee ik doorheen deze zes mooie jaren heb kunnen samenwerken. Om te beginnen de twee trainers waarmee ik mijn hele opleiding in Gent heb doorlopen, namelijk Francky Vandendriessche en Bart Van Tornhout. Twee zeer fijne mensen en goede keepertrainers. Francky had ik lang alleen op de topsportschool, maar ik ben meer en meer op de club met hem beginnen werken naarmate ik ouder werd. Een eerlijk en gedreven coach die het beste wil voor elk individu. Bart is doorheen de jaren meegegroeid vanaf de U14 tot bij de beloften en zit nu zelfs bij de eerste ploeg. Ik heb altijd een goede band met Bart gehad en heb heel veel opgestoken van de trainingen en de kennis die Bart mij doorheen deze jaren meegaf.